Yes is de architect van de progressieve rock. Met hun complexe composities, spirituele teksten en ongekende virtuositeit bouwden ze muzikale kathedralen. De band combineert de hoge alt-stem van Jon Anderson met de ronkende bas van Chris Squire en de klassieke invloeden van Steve Howe en Rick Wakeman.
Hun muziek is een reis door fantasielandschappen, variërend van symfonische suites van twintig minuten tot strakke pop-rock hits uit de jaren ’80. Yes is ambitieus, intellectueel en magisch.
10. Yours Is No Disgrace
De opening van “The Yes Album”, waar de klassieke sound vorm kreeg. Een militaristisch ritme drijft het nummer voort, terwijl Steve Howe zijn veelzijdigheid op de gitaar toont.
Het nummer zit vol tempowisselingen en sfeerbeelden. De tekst is een aanklacht tegen oorlog, verpakt in een optimistische melodie. Een vroege demonstratie van hun collectieve kracht.
9. Starship Trooper
Een driedelig epos dat eindigt in een van de meest euforische gitaarsolo’s ooit (het deel “Wurm”). Het nummer bouwt langzaam op van een akoestische ballad naar een kosmische rock-explosie.
De harmonieën zijn prachtig en ruimtelijk. De climax, die maar door blijft cirkelen en aanzwellen, is hypnotiserend. Een favoriet bij de fans vanwege de grandioze finale.
8. Heart of the Sunrise
Gekenmerkt door de razendsnelle, chromatische riff die door bas en gitaar unisono wordt gespeeld. Het toont de technische perfectie van drummer Bill Bruford.
Tussen het geweld door zijn er momenten van verstilde schoonheid. Jon Anderson zingt over de kracht van de stad en de natuur. Een dynamisch meesterwerk dat van fluisterzacht naar snoeihard gaat.
7. Wonderous Stories
Een zeldzame hit in het punk-tijdperk van 1977. Een sprookjesachtig, kort nummer dat drijft op de synthesizers van Rick Wakeman. De sfeer is licht en dromerig.
Het klinkt als een muzikale vertaling van een fantasieboek. De melodie is zoet en toegankelijk, een bewijs dat Yes ook compacte popliedjes kon schrijven zonder hun identiteit te verliezen.
6. And You and I
De emotionele kern van het album “Close to the Edge”. Het begint met het stemmen van de 12-snarige gitaar, wat overgaat in een prachtige, pastorale melodie.
Het nummer heeft een spirituele lading. De uitbarsting in het middenstuk (“Eclipse”) is majestueus, waarna het weer terugkeert naar de rust. Een symfonie van hoop en vergeving.
5. Going for the One
Hier keerde de band terug naar een meer rock-georiënteerd geluid, met Steve Howe op de pedal steel gitaar. Het is een energieke, bijna chaotische track vol levenslust.
Jon Anderson’s stem zweeft hoog boven de drukke instrumentatie. Het nummer galmt en stuitert, een perfecte samensmelting van hun complexiteit met een toegankelijke rock-drive.
4. I’ve Seen All Good People
Een nummer in twee delen: het eerste deel is een folk-achtig schaakspel (“Your Move”), het tweede een pompende rock-jam (“All Good People”). De samenzang is hier fenomenaal.
Het is een van hun meest radiovriendelijke nummers uit de jaren ’70. De overgang tussen de delen is naadloos. Het straalt een hippie-achtige positiviteit uit die onweerstaanbaar is.
3. Close to the Edge
Het magnum opus van de prog-rock. Een suite van 18 minuten die begint met natuurgeluiden en uitmondt in een muzikale storm. De tekst is geïnspireerd door Hermannesse’s “Siddhartha”.
Het is complex, virtuoos en overweldigend. Het orgelstuk in het midden (“I Get Up, I Get Down”) is van een sacrale schoonheid. Voor de puristen is dit het absolute hoogtepunt van wat rockmuziek kan zijn.
2. Roundabout
De beroemde intro met de akoestische gitaar en de omgekeerde piano-noot leidt naar een van de bekendste baslijnen ooit. Chris Squire’s Rickenbacker-bas knort en stuwt het nummer voort.
Het is een perfecte mix van funk, rock en klassiek. Het orgelwerk is virtuoos en het refrein is krachtig. Door de hernieuwde populariteit (dankzij memes en anime) een vaste waarde in de toplijsten.
1. Owner of a Lonely Heart
De radicale stijlbreuk in de jaren ’80, geproduceerd door Trevor Horn. Weg zijn de lange solo’s, welkom zijn de strakke samples en de gitaarriff van Trevor Rabin. Het werd hun enige nummer 1-hit in Amerika.
Het is een perfecte popsong met een prog-randje. De orkestrale stabs en de innovatieve productie klinken nog steeds futuristisch.
