The Beatles zijn de oerknal van de moderne popcultuur. In nog geen tien jaar tijd evolueerden ze van een rammelende beatgroep uit Liverpool tot studio-tovenaars die de grenzen van wat mogelijk was verlegden.

Hun albums zijn hoofdstukken in de geschiedenis van de 20e eeuw; van de onschuldige ‘Yeah Yeah Yeah’ tot de psychedelische revolutie en het bittere, maar prachtige einde. John, Paul, George en Ringo veranderden niet alleen de muziek, maar de hele wereld.

10. Please Please Me (1963)

Het album dat de wereld wakker schudde. Opgenomen in één waanzinnige sessie van nog geen dertien uur, vangt dit de rauwe, ongepolijste energie van de band zoals ze klonken in de Cavern Club.

Je hoort de haast en de honger. Het eindigt met John Lennon die zijn stembanden aan flarden schreeuwt in Twist and Shout; een moment van pure rock-‘n-roll oerkracht dat nooit meer geëvenaard is.

9. Help! (1965)

De brug tussen hun vroege popjaren en de experimentele fase. Hoewel de eerste helft dienstdeed als soundtrack voor hun film, hoor je hier voor het eerst de invloeden van folk (Bob Dylan) en klassieke muziek binnensijpelen.

Het titelnummer is een verkapte schreeuw om aandacht van Lennon, terwijl McCartney met Yesterday de blauwdruk leverde voor de moderne popballad. Het is het geluid van een band die zijn jongensachtige jasje begint te ontgroeien.

8. Let It Be (1970)

Het controversiële afscheid. van The Beatles.

Bedoeld als een “terug naar de basis” project, werd het een document van een band die uit elkaar viel. De sfeer is bij vlagen rommelig en spanningen zijn voelbaar, maar de hoogtepunten zijn torenhoog.

Met nummers als Get Back en het titelnummer Let It Be toont de band, ondanks de interne strijd, hun onmiskenbare genialiteit. Het is een rauw en eerlijk portret van vier vrienden die elkaar kwijtraken.

7. Magical Mystery Tour (1967)

Oorspronkelijk een dubbel-EP, maar in de VS uitgebracht als album en nu canon. Dit is The Beatles op hun meest psychedelische en bizarre punt. Het is een caleidoscoop van kleuren, vreemde geluiden en surrealistische teksten.

Met meesterwerken als Strawberry Fields Forever en Penny Lane (die op de LP-versie werden toegevoegd) bevat het enkele van hun allerbeste nummers. Het is chaotisch en onsamenhangend, maar doordrenkt van een magische, druggy waas.

6. A Hard Day’s Night (1964)

Het enige album dat volledig bestaat uit Lennon-McCartney composities. Het vangt de hysterie van Beatlemania in een flesje. Vanaf dat iconische, rinkelende openingsakkoord barst het album van het zelfvertrouwen en de euforie.

De gitaren klinken helder en jangly (de Rickenbacker 12-string), een geluid dat The Byrds en de hele folk-rock beweging zou inspireren. Het is popmuziek in zijn meest perfecte, energieke vorm.

5. Rubber Soul (1965)

Het moment waarop de “pot” de plaats innam van de “pills”. Rubber Soul is introspectief, warm en organisch. De teksten worden volwassener en gaan over complexe relaties in plaats van handjes vasthouden.

Met het gebruik van de sitar in Norwegian Wood en de fuzz-bas in Think For Yourself begonnen ze de studio als instrument te gebruiken. Het is een herfst-album: melancholisch, sfeervol en van een tijdloze schoonheid.

4. The Beatles (The White Album) (1968)

Een uitgestrekt, onsamenhangend dubbelalbum dat klinkt als vier solo-artiesten die toevallig in dezelfde ruimte zijn. Het springt van harde rock (Helter Skelter) naar ska, folk en avant-garde noise.

De spanningen in de band zorgen voor een fascinerende, nerveuze energie. Het is een rommelig meesterwerk waarin de genialiteit juist zit in de overdaad en de versplintering. Een diepe duik in de psyche van de individuele leden.

3. Revolver (1966)

Voor veel critici het absolute hoogtepunt. Hier namen ze afscheid van het toeren en doken ze de studio in om geluiden te maken die nog nooit gehoord waren. Achteruit gedraaide tapes, loops en strijkerskwartetten.

Van de eenzaamheid in Eleanor Rigby tot de psychedelische trip van Tomorrow Never Knows; dit album veranderde de popmuziek in kunst. Het is scherp, innovatief en klinkt vandaag de dag nog steeds futuristisch.

2. Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967)

Het album dat de album-markt definieerde. Een conceptueel meesterwerk dat de ‘Summer of Love’ belichaamde. De productie is weelderig en gelaagd, een technicolor droomwereld vol circusgeluiden en orkesten.

Het culturele gewicht van dit album is gigantisch. Het eindigt met A Day in the Life, misschien wel het beste nummer dat ze ooit maakten. Het is een triomf van verbeelding en ambitie.

1. Abbey Road (1969)

Het eigenlijke zwanenzang (hoewel Let It Be later uitkwam). De band zette de ruzies opzij voor één laatste, perfecte plaat. De productie is gladder en moderner dan ooit, dankzij de Moog-synthesizer en George Martin.

De medley op kant B is het hoogtepunt van hun samenwerking: een naadloze stroom van melodieën en emoties. Het is groots, warm en een waardig afscheid van de grootste band aller tijden. In de harten van het publiek vaak de onbetwiste nummer 1.