Wolfmother, het geesteskind van de Australische krullenbol Andrew Stockdale, bracht in de jaren 2000 de hardrock van de jaren ’70 terug naar de hitlijsten. Hun geluid is een explosieve mix van Led Zeppelin-riffs, Black Sabbath-zwaarte en psychedelische invloeden.
Het is muziek zonder remmen: gierende gitaren, denderende drums en de hoge, gillende vocalen van Stockdale. Wolfmother klinkt als een vintage versterker die op standje 11 staat en op het punt staat te ontploffen.
10. Victorious
De titeltrack van hun album uit 2016 laat een iets gepolijster geluid zien. De riff is simpel en catchy, en het refrein is gemaakt voor grote stadions.
Stockdale klinkt hier triomfantelijk. De groove is strak en dansbaar, bijna glam-rock. Het bewijst dat de band ook na hun debuuthype nog steeds relevante rockbangers kan schrijven.
9. Apple Tree
Een nummer dat begint met een speelse, huppelende riff voordat het losbarst in chaos. De tekst is cryptisch en surrealistisch, passend bij de psychedelische sfeer.
De energie is rauw en live-georiënteerd. Het tussenstuk versnelt en vertraagt, wat zorgt voor een dynamische luisterervaring. Het is rammelende garage-rock met ambitie.
8. Pyramid
Een van hun zwaarste nummers. De baslijn is log en modderig, duidelijk geïnspireerd door stoner rock. Het tempo ligt laag, waardoor de impact van elke aanslag groter is.
De sfeer is mystiek en bezwerend. Halverwege barst er een gitaarsolo los die klinkt als een zandstorm. Een favoriet voor liefhebbers van het zwaardere werk.
7. Colossal
De titel liegt niet: dit klinkt kolossaal. Het begint met een onheilspellende baslijn en bouwt op naar een explosief refrein. De orgelpartijen voegen een extra laag 70s-nostalgie toe.
Het nummer heeft een Sabbath-achtige groove. Stockdale schreeuwt de longen uit zijn lijf. Het is een muzikale sloopkogel die alles op zijn pad platwalst.
6. White Unicorn
Een meeslepend verhaal dat begint met een rustige, bijna mysterieuze gitaarintro. Het bouwt langzaam de spanning op naar een groots refrein.
De tekst en de muziek roepen beelden op van fantasiewerelden en mythische wezens. De ritmesectie is strak en stuwend. Het is een mini-epos dat de avontuurlijke kant van de band laat zien.
5. New Moon Rising
Een vuige blues-rock stamper. De riff is vies en fuzzy, en het ritme nodigt uit tot headbangen. Het nummer straalt een soort hillbilly-horror sfeer uit.
De break in het midden, waar het tempo plotseling omhoog schiet, is geniaal. Het is Wolfmother op hun meest energieke en onvoorspelbare punt.
4. Mind’s Eye
Hier staat het orgel centraal, wat zorgt voor een sterke Deep Purple-vibe. De intro is klassiek en melodieus, voordat de gitaren het overnemen.
Het is een van hun meest muzikale en melodieuze nummers. De instrumentale stukken zijn uitgebreid en laten horen dat de bandleden hun instrumenten beheersen. Een psychedelische trip.
3. Vagabond
Bekend van de film 500 Days of Summer. Het is een opvallend vrolijk en huppelend nummer in hun catalogus. De keyboard-loop is catchy en direct herkenbaar.
Het gaat over de vrijheid van het reizen en nergens bij horen. De sfeer is luchtig en optimistisch. Het laat zien dat Wolfmother niet alleen maar zwaar en luid hoeft te zijn om te overtuigen.
2. Joker & the Thief
De ultieme festival-afsluiter. De gitaarintro, die steeds sneller gaat, bouwt een ondraaglijke spanning op. Als de beat invalt, ontploft de zaal.
Het nummer is een achtbaanrit van energie. De verwijzingen naar Bob Dylan in de titel zijn leuk, maar de muziek is pure hardrock-adrenaline. Groots, bombastisch en onweerstaanbaar.
1. Woman
De hit waarmee ze de wereld veroverden en een Grammy wonnen. Die openingsriff is zo simpel en zo zwaar dat hij direct een klassieker werd. Het is de essentie van stoner rock, vertaald naar het grote publiek.
“She’s a woman, you know what I mean”. Stockdale klinkt als een jonge Robert Plant. De productie is korrelig en luid. In de Top 2000 en op de dansvloer is dit de onbetwiste koning van hun repertoire; een tijdloze rockbanger.
