Blur was nooit tevreden met één geluid. Net als je dacht dat ze de nieuwe The Kinks waren, kwamen ze met Amerikaanse gitaarherrie. En net toen iedereen ‘woo-hoo’ meeschreeuwde, doken ze de studio in voor complexe, melancholische experimenten. Gedreven door de competitiedrang van Damon Albarn en het ingenieuze, vaak tegendraadse gitaarspel van Graham Coxon, creëerde Blur een discografie die leest als een kaart van de Britse ziel: van de pub naar de club, en via de kater naar de verlossing.
10. Out of Time
Graham Coxon was net uit de band gezet (of opgestapt, afhankelijk van wie je het vraagt), en Damon Albarn bleef achter met een gebroken hart en een fascinatie voor Marokkaanse muziek. Er zit geen woede in dit nummer, alleen een diepe, berustende weemoed. De akoestische gitaar en de subtiele strijkers voelen als een warme woestijnwind, terwijl Albarn zingt over het besef dat je tijd er simpelweg op zit.
9. For Tomorrow
Voordat de term ‘Britpop’ überhaupt bestond, schreef Blur de blauwdruk. Na een desastreuze tour in Amerika, waar ze grunge haatten en hun thuis misten, schreef Albarn deze ode aan de grijze saaiheid van Londen. Het nummer drentelt over Primrose Hill en kijkt uit over de stad. De strijkerssectie en de “la la la” koortjes zijn puur jaren ’60 nostalgie, maar dan met een moderne, cynische rand.
Dit was het moment waarop Blur besloot: we gaan niet proberen Amerikaans te zijn, we worden de meest Britse band op aarde.
8. Beetlebum
Is het een ode aan The Beatles? Een liedje over heroïne? Waarschijnlijk allebei. “Beetlebum” markeerde het einde van de vrolijke, springerige Britpop-jaren. De sfeer is hypnotiserend, traag en bedwelmend. Graham Coxon’s gitaarspel is hier op zijn best: het zeurt, het piept en het creëert een soort wazige deken waar je onder wilt kruipen. Het refrein explodeert niet, maar bloeit open. Dit is het geluid van de kater na het grote feest, wanneer de lichten uitgaan en de realiteit indaalt.
7. Coffee & TV
De gitarist pakt de microfoon. Graham Coxon, normaal de verlegen sidekick, schreef en zong dit nummer over zijn strijd met alcoholisme en de angst voor de buitenwereld. “Sociability is hard enough for me”. Het contrast tussen de zware tekst en de luchtige, bijna huppelende melodie is briljant. En dan dat einde: een minutenlange instrumentale outro waarin de gitaren met elkaar in gesprek gaan, vals en zuiver tegelijk.
6. Girls & Boys
Stel je voor: goedkope zonnebrand, te veel sangria en foute discotheken in Magaluf. Blur nam de ‘lads holiday’ cultuur en maakte er een sarcastisch disco-rock monster van. De baslijn van Alex James is smerig, funky en stuwt het hele nummer vooruit. Damon Albarn observeert de paringsdans van dronken toeristen met een mix van walging en fascinatie.
Het geniale is dat het nummer dat de dansvloercultuur belachelijk maakte, zelf een van de grootste dansvloerkrakers van de jaren ’90 werd.
5. The Universal
Sci-fi in een Britse pub. De clip verwijst naar A Clockwork Orange, maar de muziek klinkt als een futuristisch volkslied. De strijkers zijn immens, bijna overweldigend, en tillen het refrein naar een niveau waar de meeste bands hoogtevrees van zouden krijgen. “It really, really, really could happen”. Albarn zingt het met een grijns, alsof hij ons een prachtige toekomst belooft die we waarschijnlijk nooit gaan krijgen (de loterij winnen, of misschien gewoon gelukkig zijn).
4. Song 2
Twee minuten en twee seconden. Het was bedoeld als een grap, een parodie op de Amerikaanse grunge-bands (denk Nirvana) die zichzelf veel te serieus namen. Damon schreeuwde wat onzin in de microfoon, Graham zette zijn versterker op standje ‘doof’, en de platenmaatschappij vond het geweldig.
De ironie is dat dit nummer, dat hun minst typische track was, hun grootste wereldwijde hit werd. Iedereen, van voetbalstadions tot reclames, schreeuwde “Woo-hoo!”.
3. Parklife
Phil Daniels, de acteur uit de cultfilm Quadrophenia, die met een zwaar Cockney-accent vertelt over duiven voeren, ochtendgymnastiek en vuilnismannen. Het is hilarisch, het is bizar, en het is de definitie van een tijdperk. Blur vangt hier het Britse leven met zoveel humor en energie dat je bijna de geur van fish & chips ruikt. Het refrein is een van de meest aanstekelijke ‘hooks’ ooit geschreven.
2. This Is a Low
Alleen Blur kan het weerbericht van de scheepvaart (“The Shipping Forecast”) omtoveren tot pure poëzie. Terwijl een storm over de Britse eilanden trekt, neemt Damon je mee op een reis langs de kustlijnen van Dogger, Fisher en German Bight. Het is sfeervol, donker en majestueus. De gitaarsolo van Coxon halverwege is misschien wel zijn mooiste moment; het klinkt als golven die tegen de rotsen slaan. Voor veel fans is dit het absolute emotionele middelpunt van het meesterwerk Parklife.
1. Tender
Damon Albarn had zijn relatie met Justine Frischmann (van de band Elastica) zien stranden en zat diep in de put. Wat doe je dan? Je schrijft geen zielig liedje op een akoestische gitaar; je huurt het London Community Gospel Choir in en maakt een zeven minuten durend epos over genezing. “Come on, come on, get through it”. De interactie tussen Albarn’s kwetsbare stem en het massale geluid van het koor is kippenvel-verwekkend.
Coxon voegt er nog een simpele, troostende zin aan toe (“Oh my baby, oh my baby”). Het is groots zonder bombastisch te zijn, en pijnlijk zonder hopeloos te zijn.
