The Who braken hun instrumenten, sprongen metershoog en maakten lawaai voor tien. Maar achter die agressie zat het genie van Pete Townshend.
Hij schreef rockopera’s en complexe nummers over tienerangst en identiteit. Met de krachtige stem van Roger Daltrey en de wilde drums van Keith Moon waren ze de ultieme live-band.
Dit zijn de tien beste nummers van The Who.
10. I Can’t Explain
Hun eerste single en meteen raak. Een perfect popliedje van twee minuten. Het gaat over de frustratie van een jonge jongen die zijn gevoelens niet onder woorden kan brengen.
De gitaarriff is simpel en direct (geïnspireerd door The Kinks). Je hoort de jonge honden-energie en de drang om gehoord te worden. Het begin van een legende.
9. Substitute
Een tekst vol zelfspot en onzekerheid. “I’m a substitute for another guy.” Townshend speelt met taal en identiteit.
De baslijn van John Entwistle is prominent en melodieus. De akoestische gitaar geeft het ritme aan. Het is een slim, catchy nummer dat laat zien dat The Who meer was dan alleen herrie en vernieling.
8. Pinball Wizard
Het bekendste nummer uit de rockopera Tommy Het gaat over een doof, stom en blind jongetje dat een flipperkast-kampioen wordt.
De akoestische gitaarintro is razendsnel en flamenco-achtig. Het refrein is groots en meeslepend. Het is een perfecte samenvatting van het bizarre en geniale verhaal van het album. Een rockklassieker.
7. My Generation
Het anthem van de mod-beweging. Roger Daltrey stottert de tekst (“Why don’t you all f-fade away”), wat het een nerveuze, agressieve lading geeft.
“Hope I die before I get old.” Het is een middelvinger naar de gevestigde orde. De bas-solo was revolutionair. Het eindigt in pure chaos en feedback, precies zoals punkrock hoort te zijn.
6. Who Are You
Een complex rocknummer met synthesizers en achtergrondkoortjes. De tekst gaat over een ruzie met de politie en de identiteitscrisis van de band.
“Who are you? I really wanna know.” Daltrey zingt het met een rauwe felheid. Het is een van de laatste nummers met drummer Keith Moon voordat hij overleed. Een krachtig statement.
5. Won’t Get Fooled Again
Een politiek monster van acht minuten. De synthesizer-loop die het hele nummer doorgaat, was revolutionair voor die tijd.
Het gaat over de desillusie van revoluties: de nieuwe leiders zijn net zo erg als de oude. De schreeuw van Roger Daltrey aan het einde is de beroemdste uit de rockgeschiedenis. Episch en tijdloos.
4. Behind Blue Eyes
Oorspronkelijk geschreven voor een nooit afgemaakte rockopera (Lifehouse). Het begint als een zachte, treurige ballade over eenzaamheid en woede.
“No one knows what it’s like to be the bad man.” Halverwege barst het los in een rocknummer. De dynamiek tussen de kwetsbare zang en de harde gitaren is prachtig. Een van hun meest emotionele nummers.
3. See Me, Feel Me
De climax van *Tommy*, live uitgevoerd op Woodstock. Het begint met een simpele gitaar en een smekende zang: “See me, feel me, touch me, heal me.”
Het bouwt op naar een euforische explosie van ritme en harmonie (“Listening to you”). Het is een spirituele ervaring, een moment van pure verlossing en verbinding met het publiek.
2. Overture (Tommy)
Het instrumentale begin van de rockopera. Het is een reis door alle thema’s van het album. De hoorn die het intro blaast, de akoestische gitaren, de donderende drums.
Het laat zien wat een briljante componist Pete Townshend is. Het is klassieke muziek gespeeld door een rockband. Groots, meeslepend en vol avontuur.
1. Baba O’Riley
Het begint met die hypnotiserende synthesizer-loop, geïnspireerd door componist Terry Riley en goeroe Meher Baba.
Het viool-outro is uniek in de rock. Het gaat over de desillusie van de Woodstock-generatie. Het is een boerenlied voor de ruimtevaart. Groots, vreemd en absoluut geniaal. Het ultieme The Who-nummer.